Wet vrij en veilig onderwijs aanstaande

In de zomer van 2025 is het Wetsvoorstel voor de Wet vrij en veilig onderwijs ingediend. De verwachting is dat deze wet in de zomer van 2026 in werking treedt. Vanaf dat moment wordt de functie van interne en externe vertrouwenspersoon wettelijk verplicht in het onderwijs.

Het doel van maatregel is om te zorgen dat ouders, leerlingen en personeelsleden op elke school laagdrempelig toegang hebben tot een interne en externe vertrouwenspersoon. In dit artikel lees je wat er precies verandert qua vertrouwensfunctie.

Dit artikel is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting.

 

Huidige situatie: al deels verplicht

Voor het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) geldt de verplichting van de vertrouwensfunctie al op basis van artikel 10.1 van de CAO MBO. In het primair en voortgezet onderwijs is dat nog niet het geval, al hebben veel scholen vrijwillig een interne of externe vertrouwenspersoon aangesteld.

Straks verplicht: interne én externe vertrouwenspersoon

Met de nieuwe wet worden alle scholen in het primair, voortgezet, speciaal, middelbaar en hoger onderwijs verplicht om zowel een interne als externe vertrouwenspersoon aan te stellen.

Scholen mogen ook een interne vertrouwenspersoon van een andere school benoemen als externe vertrouwenspersoon. Dit mag ook een vertrouwenspersoon zijn die onder hetzelfde bevoegde gezag valt, zo lang er maar voldoende afstand is tussen de scholen en de externe vertrouwenspersoon voldoende onafhankelijk is. Het is daardoor niet nodig om een externe vertrouwenspersoon van een commercieel bureau in te huren.

Kleine scholen (met minder dan 150 leerlingen) mogen volstaan met alleen een externe vertrouwenspersoon.

Taken van de interne en externe vertrouwenspersoon bij scholen

Vertrouwenspersonen bij scholen begeleiden niet alleen medewerkers, maar ook leerlingen en ouders. In het wetsvoorstel worden de volgende taken genoemd:

  • Opvangen, begeleiden en adviseren van leerlingen, ouders en personeelsleden.
  • Ondersteuning bij het indienen en afhandelen van klachten.
  • Adviseren van het bevoegd gezag over veiligheidsbeleid en klachtenafhandeling.
  • Jaarlijkse rapportage.

Voor de aanstelling van interne en externe vertrouwenspersonen is instemming van de medezeggenschapsraad (MR) verplicht. 

Wanneer mag of moet vertrouwelijkheid worden doorbroken?

Het wetsvoorstel beschrijft expliciet wanneer een vertrouwenspersoon de vertrouwelijkheid moet of mag doorbreken, bijvoorbeeld:

  • de meldplicht seksuele intimidatie en seksueel misbruik of de aangifteplicht uit artikel 160 Wetboek van Strafvordering van toepassing is,
  • geanonimiseerde rapportage aan het bevoegd gezag (ik zie dit persoonlijk niet als doorbreken van de vertrouwelijkheid, aangezien het gaat om algemene gegevens),
  • wanneer de veiligheid of de gezondheid van de leerling in gevaar is,
  • wanneer de betrokkene toestemming geeft aan de vertrouwenspersoon om de informatie te delen.

Dat deze situaties nu duidelijk in de wet worden vastgelegd, voorkomt misverstanden in de praktijk.

Gegevensbescherming

Vertrouwenspersonen krijgen straks een wettelijke bevoegdheid om bijzondere persoonsgegevens en persoonsgegevens over strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten te verwerken. Er komt een vernietigingsplicht voor deze gegevens en scholen moeten een beveiligde omgeving inrichten waar alleen de vertrouwenspersoon toegang toe heeft.

veiligheid_in_de_klas_leerling_steekt_hand_op

Onafhankelijkheid, deskundigheid en zelfstandigheid

Op grond van het wetsvoorstel wordt het bevoegd gezag verplicht om de interne vertrouwenspersoon:

  • in staat te stellen diens taken onafhankelijk, deskundig en zelfstandig uit te voeren,
  • voldoende tijd te geven om de taken uit te kunnen voeren,
  • niet te benadelen vanwege de manier waarop die de vertrouwensfunctie uitoefent.

Om onafhankelijkheid te waarborgen, mag de vertrouwenspersoon in de vijf jaar voorafgaand aan de benoeming geen functie hebben gehad in het schoolbestuur of de schoolleiding.

Daarnaast krijgt de vertrouwenspersoon de bevoegdheid om kritisch te adviseren over het veiligheidsbeleid en de klachtenafhandeling.

Andere onderdelen van de nieuwe wet

rij_met_kleurpotloden_schoolbord

Naast de verplichting tot aanstelling van vertrouwenspersonen, bevat de wet ook:

  • Introductie van een registratie- en meldplicht bij (ernstige) veiligheidsincidenten
  • Uitbreiding van de bestaande meld-, overleg- en aangifteplicht bij seksuele misdrijven
  • Versterking van het klachtenstelsel
  • Verplichte jaarlijkse evaluatie van het veiligheidsbeleid

Zie voor meer informatie de sheet van het ministerie van van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Verschil met andere sectoren

De functie van interne en externe vertrouwenspersoon in het onderwijs verschilt met die vertrouwensfuncties in andere sectoren.

Seksuele intimidatie of seksueel misbruik

Vertrouwenspersonen hebben een interne meldplicht wanneer een casus gaat om seksuele intimidatie of seksueel misbruik van een personeelslid naar een leerling toe. In dat geval zijn zij verplicht om, conform de meldplicht seksuele intimidatie en seksueel misbruik, een melding te doen bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag moet overleggen met de vertrouwensinspecteur van de onderwijsinspectie om te bepalen of aangifte bij de politie noodzakelijk is. In andere sectoren heeft de vertrouwenspersoon geen interne meldplicht naar bevoegd gezag maar een zelfstandige aangifteplicht. Zie daarvoor mijn blog over ‘Doorbreken van vertrouwelijkheid‘.

Klachten

Vertrouwenspersonen in het onderwijs hebben ook een rol bij de klachtenregeling die gaat over klachten over ‘het handelen van het bevoegd gezag’. In andere sectoren hebben vertrouwenspersonen alleen een begeleidende rol bij klachten over ongewenste omgangsvormen. De rol van de vertrouwensfunctie bij scholen is daardoor breder dan in andere sectoren.

Bemiddelen?

Ik hoor met enige regelmaat dat vertrouwenspersoon in het onderwijs ook een bemiddelende rol hebben. Dat is echter niet wenselijk. De functie van vertrouwenspersoon is immers partijdig. De functie van bemiddelaar is onpartijdig. Gelukkig onderstreept ‘School en veiligheid’ deze splitsing in taken eveneens.

 

En hoe zit het met de verplichting in andere sectoren?

In mei 2023 nam de Tweede Kamer het iniatiefwetsvoorstel aan om de vertrouwenspersoon ongewenst gedrag (VPO) verplicht te stellen voor werkgevers met tien of meer medewerkers. Dit voorstel ligt nu nog bij de Eerste Kamer.

Zolang het wetsvoorstel nog niet is aangenomen, geldt er geen wettelijke verplichting in andere sectoren, maar de verwachting is dat dit op termijn verandert.

Zie voor meer achtergrondinformatie over het verplicht stellen van de vertrouwensfunctie mijn blog ‘Is de vertrouwensfunctie verplicht’.

 

 

Conclusie

Veel scholen hebben op dit moment al een interne en/of externe vertrouwenspersoon benoemd. Met de komst van de Wet Vrij en veilig onderwijs wordt de positie van de interne én externe vertrouwenspersoon duidelijker en steviger vastgelegd.

Zo wordt beter gewaarborgd dat iedereen in het onderwijs toegang heeft tot een gekwalificeerde vertrouwenspersoon.

Heb je vragen over de inrichting van de vertrouwensfunctie?

Heb je vragen over de inrichting van de vertrouwensfunctie in jouw organisatie Neem gerust contact met ons op. Wij kijken graag met je mee.